• Meditatie

Zonder vrees

Tijdens een wandeling dit moment: bij een bruggetje zag ik een kopje met twee ronde oortjes boven de planken uitkijken. Ik ging zitten en wachtte af of het diertje, ik wist nog niet wat het was, zou passeren. En dat gebeurde! Ik stond oog in oog met een nog jonge boommarter, die ook mij nieuwsgierig opnam. Misschien zag hij/zij voor het eerst een mens, zoals ik voor het eerst dit prachtige dier voor ogen had.
Zonder vrees keek het mij aan. En daarmee bedoel ik niet dat het dier heel moedig was en alle angsten overwon. Nee, er was geen enkele angst te bespeuren.
Pure wederzijdse verwondering: wie/wat ben jij?
Dit gaf een diep geluksgevoel, dat oog in oog staan zonder vrees. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat de hemel mij aankeek.
Een baby, een dreumes kan ook die pure, verbaasde, open blik tot je richten, maar bij het ouder worden komen er laagjes tussen van gereserveerdheid en later beduchtheid, soms schaamte.

Wantrouwen is een grondhouding geworden. De medemens die je te grazen neemt als je er niet op bedacht bent… voor je het weet ben je weer een ervaring rijker, en een illusie armer.
Dit doet me denken aan een woord van Jezus: Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven (Matth. 10: 16). Ja: wees voor streken bedacht. Maar laat het daar niet bij blijven! Zoek ook die ‘argeloosheid’, en dat is wat anders dan roekeloos zijn of dom. Ontwapenend zijn, dat is het! Zoals een duif dat uitstraalt (de manier hoe ze uit de ogen kijkt als ze ergens op af stapt), of nu in dit geval een jonge marter. Dan gebeurt er iets dat gewortelde vrees voor een ander doet omslaan in een open, ontvankelijke houding.

Leven zonder vrees is een Messiaans vooruitzicht, ik kom het tegen in Jeremia 46: 27. Het is iets om naar te streven, om op te hopen, onder de zegen van de Eeuwige.
Zoals de Bijbel erover spreekt dat God naar ons mensen kijkt, zou Hij ook niets liever willen dat wij daardoor intens geluk ervaren. Maar ook dat wij elkaar zo begroeten. Elkaar te kunnen ontmoeten in verwondering, zonder enig vooroordeel: wie ben jij, mooi mens? Wat bracht jou op deze weg? Waarheen ben je op reis? Vertel je verhaal maar, en dan ik het mijne. Zullen we samen verdergaan?

Ds. Annelies Moolenaar